background
logotype
image1 image2 image3 image4 image5 image6 image7 image8

Veiligheid en etiquette

Baaninzetten

  1. Eigen veiligheid eerst. Altijd.
  2. Kijk goed of er wat aankomt voordat je de baan op gaat.
  3. Kijk goed of er wat aankomt voordat je de auto terug zet op de baan.
  4. Bij voorkeur de auto niet op de race-lijn neerzetten.
  5. Als het gras nat is, kunnen de rijders vanwege de natte banden niet volgas wegrijden als je ze op de baan zet. Zorg dus dat er voldoende ruimte is.
  6. De auto die als eerste van de baan af vloog, mag er ook als eerste weer op.
  7. Een brandstof auto die op zijn kop ligt krijgt geen brandstof. De rijders zullen het waarderen als de auto snel weer rechtop staat, ook al kan hij dan misschien nog niet de baan op.
  8. Met name de brandstofrijders willen wel eens gasgeven als je de auto in de lucht hebt om de motor goed draaiende te houden. Houdt de auto dus van je af zodat je vingers of kleding er niet tussenkomt.
  9. Als je even moet wachten om te kunnen oversteken, ga dan bij voorkeur laag zitten. Dan hebben de rijders beter zicht.
  10. Als een auto is stilgevallen en/of stuk is breng je die terug naar de pits. Een pitbuddy pakt de auto aan. Als er niemand is om de auto aan te pakken is dat niet jouw probleem en zet je de auto neer op een veilige plek.
  11. Als een baaninzetter een auto naar de pits brengt dekken de andere baaninzetters zijn plek af.
  12. Nadat een auto naar de pits is gebracht keer je zo snel mogelijk terug naar je baanpost.
  13. Let bij brandstof auto's op dat zowel de uitlaat als de motor erg heet kunnen zijn. Bij elektro auto's kan de motor ook heet zijn. Brandstof 1:8 auto's optillen aan de rolbeugel, brandstof 1:10 auto's aan het tankgat.

Pitbuddy

  1. Blijf ten alle tijde achter de balk. Het is niet de bedoeling dat je de baan op loopt.
  2. Als een baaninzetter de auto van jouw rijder terugbrengt, begeef je dan naar de kant van de pits waar de baaninzetter aan zal komen. Laat duidelijk zien dat je de auto in ontvangst gaat nemen.
  3. Probeer recht onder je rijder te staan.
  4. Tanken gebeurt met de gehele auto achter de balk zodat de pitstraat vrij blijft voor andere auto's
  5. Voordat je de auto terug zet in de pitstraat kijk je of er geen andere auto's aankomen.
  6. Kijk me je rijder mee en waarschuw hem als er een auto stil staat op de baan.
  7. Bij het starten van de kwalificaties kan het zijn dat je de wedstrijdleiding niet kunt verstaan. De rijder kan de wedstrijdleiding wel verstaan. De rijder kan dan een signaal geven om aan te geven dat hij mag vertrekken.
  8. Als je je rijder binnen roept om te tanken roep je zijn naam er bij, zodat niet per ongeluk een andere rijder binnenkomt.
  9. Kijk je rijder aan alvorens de motor uit te zetten, zodat je zeker weet dat er niet plotseling gas gegeven wordt.

Rijder

  1. Luid roepen als je stilstaat op de baan. Geef ook aan waar je staat, zodat de andere rijders er rekening mee kunnen houden. Dat kan voor iedereen een hoop schade schelen.
  2. Geef aan wanneer de baan weer vrij is.
  3. Als je uit de pitstraat komt heb nooit voorrang.
  4. Blijf rechtop staan op de rijders stelling, ook als je auto in de pits staat. Als je voorover buigt belemmer je het zicht van andere rijders.
  5. Respecteer de baaninzetters. Ze doen hun best om je zo snel mogelijk weer op de baan te zetten maar hebben veiligheid als hoogste prioriteit. Even roepen als ze een auto niet zien of horen is prima en kan in beschaafd Nederlands.
  6. Respecteer elkaar. We balen allemaal als er iets mis gaat, we kunnen allemaal wat verhit zijn tijdens de race, maar blijf netjes naar elkaar. De rijdersstelling is geen schutting, gebruik daar dus geen schuttingtaal.
  7. Respecteer elkaar's spullen. Iedereen heeft zijn zuurverdiende geld en heel veel tijd in zijn auto gestopt om die zo goed mogelijk voor elkaar te krijgen.
  8. De snelheidsverschillen tussen beginnende rijders en de snellere rijders kunnen vrij groot zijn. We vragen zowel de langzamere als de snellere rijders rekening met elkaar te houden. De langzamere rijders maken ruimte voor de snellere rijders en de snellere rijders wachten af tot er ruimte is.
  9. Een snellere rijder voorbij laten gaat het makkelijkst door een bocht ruim te nemen, zodat de snellere rijder er aan de binnenkant langs kan. Stil gaan staan is niet handig. Wees voorspelbaar. Dus niet afremmen op stukken van de baan die volgas zijn. Als je op de rijders stelling toevallig naast degene staat die jou inhaalt, zeg dan wanneer je opzij gaat.
  10. Op het rechte stuk inhalen eindigt vaker in tranen dan inhalen in langzame bochten. Dit geldt in het bijzonder wanneer een snellere deelnemer een langzamere deelnemer inhaalt.
  11. Als het in een finale om positie gaat hoef je geen ruimte te maken. Laat elkaar wel leven.
  12. Als je in het gras hebt gestaan kan het zijn dat je banden nat zijn. Je hebt dan veel minder grip, dus voorzichtig wegrijden.
  13. Bij de start van de kwalificatie kan het zijn dat je pitbuddy de wedstrijdleiding niet kan verstaan. Geef door middel van een handgebaar aan dat je mag vertrekken.
  14. In de eerste ronde kun je de wedstrijd wel verliezen, maar niet winnen. Rustig aan dus, zodat iedereen zonder problemen op weg kan.

 

2019  MBC de Sluis   Webdesign joomla templates